5.2 Aansprakelijke persoon

 

Het artikel wijst degene aan die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf een stof gebruikt of onder zich heeft. Het begrip ‘gebruik’ moet ruim worden uitgelegd. Het omvat het verwerken, of bewerken van stoffen en het gereedhouden hiervan voor verwerking, vervoer of verkoop. Bij het begrip ‘onder zich hebben’ moet worden gedacht aan stoffen die zijn opgeslagen in afwachting van verkoop of aan afvalstoffen.
Onder degene die een bedrijf uitoefent wordt mede verstaan iedere rechtspersoon die de stof in de uitoefening van zijn taak gebruikt of onder zich heeft. Ook Universiteiten en ziekenhuizen vallen hieronder, want er hoeft geen sprake te zijn van winstoogmerk. 

De leden 2,3 en 4 geven voor bepaalde gevallen een specifieke regeling.
Lid 2 bespreekt de aansprakelijkheid van de bewaarder die er zijn bedrijf van maakt zodanige stoffen te bewaren. Met de bewaarder wordt gelijkgesteld de vervoerder, de expediteur, stuwadoor, bewaarder of soortgelijke ondernemer die de stof ten vervoer of uit hoofde van een met het vervoer samenhangende overeenkomst in ontvangst neemt. Dit voorzover de stof in zijn macht is en het geen Boek 8-regeling betreft.
Lid 3 maakt de leidingbeheerder aansprakelijk, behalve voorzover de leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toe- en afvoer daarvan.
Lid 4 regelt de aansprakelijkheid van de persoon voor wat betreft verontreiniging van de stof met lucht, water of bodem.
Lid 5 spreekt over het geval dat een stof tezamen met andere bestanddelen een roerende zaak als bedoeld in artikel 6:173 lid 1 BW vormt.
Indien de gevaarlijke stof ter beschikking wordt gesteld in het beroep of bedrijf van een ander, dan legt artikel 6:181 lid 3 BW de aansprakelijkheid op deze uiteindelijke gebruiker in plaats van op de ‘uitlener’ van de stof.
 

     
Zoek :