6.5.1 Aansprakelijkheid van een manege

 

Ongevallen die gebeuren tijdens een paardrijles danwel tijdens een periode waarin men een paard heeft gehuurd vormen een bijzondere categorie. In dit geval is er aan de ene kant een contractuele aansprakelijkheid, terwijl aan de andere kant op de bezitter/bedrijfsmatig gebruiker van het paard een buitencontractuele risicoaansprakelijkheid rust (artikel 6:179 jo. 6:181 BW). In veel gevallen wordt betoogd dat aanvaarding van een risico aan een mogelijke claim van een slachtoffer in de weg staat: vallen bij paardrijden is onvermijdelijk; moet daarom het slachtoffer zijn eigen schade dragen? Het arrest Circus Mullens is hier van belang.

Hoge Raad 21 oktober 1988, NJ 1989, 729 (Circus Mullens).
Hier woonde het slachtoffer een circusvoorstelling bij, verleende vrijwillig zijn medewerking aan een stunt met een ongezadelde ezel en raakte gewond. In cassatie wordt het beroep op risicoaanvaarding verworpen. Er wordt ondermeer overwogen dat de circusexploitant het aanvaarden van risico’s heeft uitgelokt. Volgens de HR is er ten hoogste plaats voor vermindering van de vergoedingsplicht.
 

De parallel met de manegehouder ligt voor de hand: de berijder aanvaardt bepaalde risico’s, maar de manegehouder lokt het nemen van deze risico’s in zekere zin ook uit en hij verdient er ook aan.

 

In de lagere rechtspraak komt de volgende redenering regelmatig voor: leren paardrijden kan alleen met vallen en opstaan, zodat de benadeelde steeds de schade zou moeten dragen. Er wordt echter ook wel voor een gedeeltelijke vergoedingsplicht gepleit: zowel de manegehouder, als de berijder nemen bepaalde risico’s. Voor deze verdeling zou dan plaats zijn wanneer de benadeelde over (voldoende) inzicht in het risico beschikt .

     
Zoek :