4.3.3. Affectieschade

 

De wet kent aan nabestaanden geen vergoeding toe van immateriële schade wegens verdriet om overlijden. Bezwaren tegen vergoeding van dergelijke schade is geweest: de onwenselijkheid van de aansprakelijkheidslast, de weerzin tegen waardering van affectieve relaties en tegen de onsmakelijke procespraktijken die men veronderstelde.
In de rechtspraak en literatuur wordt geworsteld met casusposities waarin de keuze van de wetgever tot schrijnende consequenties aanleiding kan zijn. Daarbij wint de gedachte dat het wenselijk is om tot een regeling van de vergoeding van immateriële schade wegens verdriet om overlijden te komen. Inmiddels is de wetgever van oordeel dat een wettelijke regeling noodzakelijk is. Het ingediende wetsvoorstel houdt een uitbreiding van artikel 6:108 BW in. Het voorziet in een te betalen vergoeding voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, geleden door een aantal in het wetsvoorstel genoemde nabestaanden. Het gaat om nabestaanden van wie mag worden aangenomen dat zij een zeer nauwe affectieve band met de overledene onderhielden.
 

     
Zoek :