§ 5. Artikel 7:658 lid 4

 

Artikel 7:658 lid 4 BW luidt als volgt:
‘Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.’

 

Het moet gaan om werkzaamheden die de derde in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten. Het hangt er dus vanaf wat de opdrachtgever zelf in huis heeft.

 

  • Er moet hierbij gedacht worden aan situaties van inlening, uitzendarbeid, detachering en aanneming van werk, waarbij er geen overeenkomst bestaat tussen de werknemer en de derde .
  • Het is echter ook mogelijk dat er tussen de werknemer en de derde wel een overeenkomst bestaat, zij het geen arbeidsovereenkomst.

 

Situaties van ‘opdracht’ vallen niet onder lid 4 van artikel 7:658 BW.
Enkele voorbeelden uit de jurisprudentie.

 

Kantongerecht Schiedam 7 december 2004, JAR 2005/41.
Opdrachtgever is aansprakelijk voor val van ladder van opdrachtnemer. Partijen hadden geen overeenkomst bereikt over de inhoud van een samenwerkingsovereenkomst en gedaagde had het werk aan het flatgebouw aangenomen. De kantonrechter neemt aan dat de opdrachtnemer bevoegd was om instructies te geven aan eiser met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden. Gelet hierop en het feit dat de eiser zijn werkzaamheden verrichtte binnen de onderneming, hij gebruik moest maken van de materialen en hulpmiddelen van gedaagde en zijn bezigheden niet wezenlijk verschilden van die van gedaagde en andere personeelsleden, acht de Kantonrechter artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing.

 

Kantongerecht Amsterdam 20 juli, JAR 2001/222.
Naar het oordeel van de Kantonrechter dient een stageovereenkomst aangemerkt te worden als een arbeidsrelatie in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW. Werkneemster verrichtte werkzaamheden in de onderneming van werkgever, zij diende instructies van leidinggevenden op te volgen en haar werkzaamheden verschilden niet wezenlijk van die van reguliere werknemers. Het is dan niet rechtvaardig dat er een verschil in rechtspositie zou bestaan tussen de stagiaire als werkneemster en de reguliere medewerksters.

 

Uit de rechtspraak is een viertal criteria te af te leiden welke bepalend zijn voor de toepassing van lid 4 van artikel 7:658 BW:

  1. of de werknemer die een omgeval is overkomen arbeid verrichtte in de onderneming van de andere partij (de ‘werkgever’);
  2. of hij de instructies van de ‘werkgever’ moest opvolgen;
  3. of hij gebruik maakte van de materialen van de ‘werkgever’;
  4. of zijn bezigheden wezenlijk verschilden van die van de reguliere medewerkers van de ‘werkgever’ .

Zie in dit verband ook hoofdstuk 2 paragraaf 1 en 2.

     
Zoek :