4.1 Bezitter

 

Net zoals bij artikel 6:173 BW is bij artikel 6:174 BW in regel alleen de bezitter aansprakelijk. De gelaedeerde kan zich ter beantwoording van de vraag wie bezitter is op twee bewijsvermoedens beroepen: men zie artikel 3:109 BW (wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden) en artikel 6:174 lid 5 (degene die in de openbare registers als eigenaar van de opstal of van de grond staat ingeschreven, wordt vermoed de bezitter van de opstal te zijn). Medebezitters zijn hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 6:174 BW geeft een afwijkende regel voor een aantal specifieke situaties. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtsrecht (lid 2); bij openbare wegen op het tot onderhoud verplichte overheidslichaam (lid 2); bij leidingen op de leidingbeheerder, behalve voor zover de leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk; bij ondergrondse werken rust de aansprakelijkheid op degene die op het moment van het bekend worden van de schade het werk in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt (lid 4).
Wordt de opstal gebruikt in uitoefening van een bedrijf, dan rust de aansprakelijkheid op degene die dit bedrijf beoefent, tenzij het ontstaan van de schade niet met de uitoefening van het bedrijf in verband staat, zie artikel 6:181 lid 1 BW. Wordt de opstal in de uitoefening van een bedrijf gebruikt door deze ter beschikking te stellen voor gebruik in de uitoefening van het bedrijf van een ander, dan wordt die ander als de aansprakelijke persoon aangemerkt (lid 2).
 

     
Zoek :