6.4 De tenzij-formule

 

Artikel 6:179 BW bepaalt dat de bezitter aansprakelijk is voor de door het dier aangerichte schade, “tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd aangericht in zijn macht zou hebben gehad”. De bezitter wordt op deze manier de het verweer ontnomen dat hij het dier niet in zijn macht had. Verondersteld wordt controle op het dier op het tijdstip van het ontstaan van de schade.
Met de tenzij-formule heeft de wetgever tot uitdrukking willen brengen dat de kwalitatieve aansprakelijkheid ex artikel 6:179 BW geen verdere gevolgen heeft dan een aansprakelijkheid ex artikel 6:162 BW zou hebben gehad. Een vordering gebaseerd op artikel 6:179 BW kan dus niet slagen als er geen aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW zou zijn.
De Hoge Raad heeft inmiddels beslist dat er geen aansprakelijkheid ex artikel 6:179 BW bestaat, wanneer het gaat om hinder die men te dulden heeft en waarvoor dus evenmin aansprakelijkheid ex artikel 6:162 BW bestaat .
 

Hoge Raad 24 februari 1984, NJ 1984, 415 (G) (Zeug geel-113).
Het gaat in dit arrest om een besmet varken van boer Swinkels dat uitbreekt en terecht komt in de varkensstal van boer Bardoels. Door lichamelijk contact heeft het dier de besmettelijke ziekte overgebracht op Bardoel’s varkens. Onduidelijk is hoe het dier in stal terecht is gekomen. Bardoel spreekt Swinkels aan voor de door hem geleden schade. De Hoge Raad wijst de aansprakelijkheid af: ‘de aansprakelijkheid uit dit artikel gaat niet zo ver dat zij ook bestaat in het geval van gedragingen van het dier, voor de gevolgen waarvan de eigenaar, zelfs indien hij die gedragingen in zijn macht zou hebben gehad en aldus bewust zou hebben toegelaten, niettemin naar de gewone regels betreffende onrechtmatige daad niet aansprakelijk zou zijn geweest. Dit doet zich hier voor: zou Swinkels de varkens bewust met de varkens van Bardoel in contact hebben laten komen, dan zou hij terzake van de besmetting slechts uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn geweest, indien hij het besmettingsgevaar kende of had behoren te kennen en hij met het oog daarop het contact had behoren te voorkomen.

 

De beslissende vraag die uit dit arrest kan worden afgeleid is: wat zou rechtens zijn geweest wanneer de aansprakelijke persoon de gedraging van het dier zou hebben toegestaan. In onderhavige casus betekent dit dat wanneer Swinkels het varken in de stal van Bardoel had gelaten, hij niet aansprakelijk zou zijn geweest op grond van artikel 6:162 BW indien hij niet op de hoogte was met de besmettelijke ziekte van het dier.
 

     
Zoek :