4.3. Gebrekkige opstal

 

Een opstal is gebrekkig, indien deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert. Of een opstal voldoet aan de veiligheidseisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen is in feite een afgeleide onrechtmatigheidsvraag. Dit betekent dat ook in het kader van het gebrekkigheidscriterium een afweging moet worden gemaakt tussen het nemen van voorzorgsmaatregelen en de omvang van het risico. Daarbij speelt de aard van de opstal een belangrijke rol. Aan de hand hiervan kan namelijk worden bepaald welke eisen moet worden gesteld aan de veiligheid van de opstal. Maar ook wanneer een opstal in algemene zin voldoet aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften (brandweer/arbeidsinspectie) kan deze niettemin gebrekkig zijn in de zin van art. 6:174 BW. Bij het beantwoorden van de vraag of een opstal gebrekkig is moet rekening worden gehouden met de activiteiten die in of op de opstal worden verricht.

 

Hoge Raad 20 oktober 2000, JAR 2000/238 (Foekens/Naim).
In een loods werden werkzaamheden uitgevoerd, waaronder het autogeen snijden van metalen onderdelen van treinstellen. Dit leverde, naar algemene bekendheid is, brandgevaar op. Toen er brand uitbrak breidde het vuur zich onverwacht snel uit, omdat de loods was bekleed met brandbaar isolatiemateriaal. Eiser liep bij de brand letsel op en hij stelde daarvoor zijn werkgever als bedrijfsmatig gebruiker van de opstal aansprakelijk (artikel 6:174 jo 6:181 BW). Het Hof overwoog dat in de loods brandgevaarlijke werkzaamheden plaatsvonden en dat minder brandbaar isolatiemateriaal had kunnen worden gebruikt. Het Hof oordeelde, dat de loods wegens het daarin aangebrachte brandbare isolatiemateriaal niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen. De Hoge Raad achtte dit geen onjuiste rechtsopvatting.

 

Een ander voorbeeld van een geval waarin aansprakelijkheid van de werkgever werd aangenomen voor een gebrekkige opstal vormt het arrest Koopmans/Schut . Dat arrest betreft een situatie waarin een kraanbalk die deel uitmaakte van een in een fabriekshal hangende loopkraan neerstortte waardoor een werknemer letsel opliep.

Het gaat bij artikel 6:174 BW niet om absolute maar om voldoende veiligheid, zoals blijkt uit het arrest Almelo/Wessels . Bij een brand in een aantal bedrijfsgebouwen, die bij de bouw voor een deel waren voorzien van asbesthoudende platen, kwam asbesthoudend materiaal vrij. De gemeente liet dit materiaal verwijderen en vorderde van het bedrijf vergoeding van gemaakte kosten. Het Hof wees de vordering af. Het overwoog dat opstallen die voorzien zijn van asbesthoudende dakplaten niet gebrekkig zijn in de zin van artikel 6:174 BW, omdat de kans op het vrijkomen van asbesthoudend materiaal zeer gering is. Op zichzelf schaadde de aanwezigheid van dergelijke platen niet de gezondheid en (buiten het geval van brand) leverden de opstallen geen gevaar op voor personen of zaken. Voorts was niet gesteld of gebleken dat door een bepaald bijzonder gebruik van de opstallen of anderszins in relevant verhoogde rekening diende te worden gehouden met het risico van brand (verschil met arrest Foekens/Naim). De Hoge Raad vond dat het Hof geen blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
 

     
Zoek :