1.8. Jeugdigen

 

Wanneer het arbeidsvermogen wordt ontnomen of aangetast op een jeugdige leeftijd en op dat punt nog niet gezegd kan worden wat de jeugdige met dit vermogen had kunnen doen, dan rijzen er specifieke problemen wat de schadebegroting betreft. Er zijn dan geen concrete vergelijkingen en begrotingen te maken, maar er moet wel zo dicht mogelijk aansluiting worden gezocht bij de omstandigheden van deze benadeelde. Er kan dan bijvoorbeeld gekeken worden naar de maatschappelijke kring waarin hij geboren is of opgegroeid. Over het algemeen zal men bij jeugdigen een algemene arbeidsloopbaan als maatstaaf moeten nemen. Er kunnen echter aanwijzingen zijn die in een andere richting wijzen zoals uitzonderlijke leerbegaafdheid, geestelijke deficiëntie en lichamelijke deficiëntie. Men zal zo goed mogelijk de verloren kans op arbeidsinkomen begroten. Bij studenten zal gekeken worden naar de carrièremogelijkheden die de opleiding geboden zou hebben. Er wordt daarbij gelet op studieresultaten .
Wanneer het ongeval lijdt tot arbeidsongeschiktheid zal vaak de studie of schoolopleiding vertraging oplopen. Dit betekent dan een latere intrede in het arbeidsleven en dus extra kosten. De schade omvat dan het inkomen dat de benadeelde in het verloren tijdsvak had kunnen verdienen. Net zoals bij volwassenen kan bij jeugdigen gekeken worden of door verplaatsing van de aandacht- opleiding in andere richting- de capaciteiten na het ongeval benut kunnen worden. Het gaat er dan om of dit van de benadeelde gevergd kan worden en niet of het medisch/arbeidskundig mogelijk is.
 

     
Zoek :