3.3. Niet is voldaan aan de daaraan te stellen eisen

Met de genoemde formulering heeft de wetgever tot uitdrukking willen brengen, dat de aansprakelijkheid slechts geldt voor gebrekkige zaken. Het begrip “gebrek” kan als volgt worden aangeduid: “de afwijking moet aanleiding geven tot een abnormaal kenmerk of tot een abnormale gesteldheid van de zaak” (L. Cornelis, afgeleid naar aanleiding van Belgische rechtspraak).

 

Een voorbeeld van aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 6:173 BW treft men in KLM/Jabber.

 

Hof Amsterdam 22 juni 2000, JAR 2000/178 (KLM/Jabber).
Werknemer is tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden van een cateringwagen gevallen, doordat een daaraan bevestigde aluminium handgreep afbrak. Hierbij heeft hij ernstig letsel opgelopen. De arbeidsinspectie heeft in het onderzoek naar aanleiding van het ongeval geen overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet vastgesteld. De inspectie concludeert dat het bezwijken van de handgreep vermoedelijk is veroorzaakt door corrosie van het aluminium materiaal als gevolg van een zonder hulpmiddelen niet waar te nemen haarscheur. In een op verzoek van werknemer opgesteld TNO-rapport wordt geconcludeerd dat haarscheuren met eenvoudige hulpmiddelen wel te ontdekken zijn, en voorts dat op basis van ervaringen van werkgeefster uit het verleden besloten had moeten worden tot preventieve vervanging.
Hof: “Uit die vaststaande feiten blijkt dat KLM bezitter is van het voertuig, waaraan men de voor de hand liggende eis mag stellen dat de (brackets van de) handgrepen niet afbreken. De cateringwagen vertoonde dan ook een eigen gebrek, dat een bijzonder gevaar opleverde voor Jabbar. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken waaruit voorshands kan worden afgeleid dat niet bekend is dat (corrosie als gevolg van) een haarscheur in de desbetreffende onderdelen een bijzonder gevaar voor personen oplevert. Zodanige
onbekendheid is ook hoogst onwaarschijnlijk. Evenmin is op enigerlei wijze aannemelijk dat aansprakelijkheid op grond van afdeling 1 van titel 3 van Boek 6 BW kan hebben ontbroken indien KLM dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan daarvan zou hebben gekend.”

 

Dat de zaak een “intrinsiek” gebrek heeft, betekent dat geen aansprakelijkheid voor de bezitter kan

worden aangenomen, indien de zaak zich op een plaats bevindt, waar zij niet behoorde te zijn en niet behoefde te worden verwacht dat daardoor schade werd veroorzaakt. Voorbeeld: de schildersladder die op de weg is gevallen of een tafeltje van café dat op de weg is geplaatst (mogelijk nog wel op grond van artikel 6:174 BW).
 

     
Zoek :