4.2 Opstal

 

In artikel 6:174 lid 4 BW wordt gedefinieerd wat onder een opstal moet worden verstaan, namelijk: “gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken”. Uit de samenhang tussen lid 2 en lid 5 kan worden afgeleid dat ook openbare wegen, het weglichaam, de weguitrusting daaronder begrepen, gelden als opstal in de zin van artikel 6:174 BW.
Een gebouw behoeft niet voltooid te zijn om onder de werking van artikel 6:174 BW te vallen. Waar het op aankomt is of het bouwsel naar aard en inrichting ertoe bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Aldus vallen tijdelijke hulpconstructies, bouwketen en dergelijke er niet onder.
Onder weguitrusting vallen mede voorwerpen die op, naast of boven de verkeersbaan zijn aangebracht en die dienen voor het verkeersgebruik. Gedacht kan worden aan vangrails, lichtmasten, reflectorpaaltjes, bewegwijzering, verkeersborden en –lichten.
Ook onderdelen van een gebouw als liften, roltrappen, dakpannen, brandladders en riolen vallen eronder. Het begrip “werk” dient ruim te worden uitgelegd.
Belangrijk is bovendien dat artikel 6:174 BW slechts betrekking heeft op kunstmatige bouwsels; bomen en in het algemeen hetgeen behoort tot de natuur worden er niet door bestreken.
 

     
Zoek :