2.5 Regres

 

In tegenstelling tot artikel 6:170 BW geeft dit artikel geen bijzondere regresregels. De onderlinge draagplicht tussen de opdrachtgever in de zin van artikel 6:171 BW en de niet-ondergeschikte hulppersoon wordt primair bepaald door de tussen partijen gesloten overeenkomst. Indien tussen de opdrachtgever en de niet-ondergeschikte opdrachtnemer terzake geen contractuele regeling is getroffen, moet de rechtsverhouding worden beoordeeld aan de hand van de artikelen 6:101 en 6:102 BW. Toepassing van laatstgenoemde bepalingen zal veelal met zich meebrengen dat de draagplicht uiteindelijk bij de niet-ondergeschikte opdrachtnemer berust. De opdrachtgever kan contractueel met zijn zelfstandige opdrachtnemer een andere regeling treffen.

De niet-ondergeschikte hulppersoon, kan anders dan de ondergeschikte, in principe geen beroep doen op een door zijn opdrachtgever bedongen exoneratie. De “blokkering van de paardesprong” conform art. 6:257 BW ziet niet op ondergeschikten.
 

     
Zoek :