1.8 Regres

 

Ingevolge artikel 6:170 lid 3 BW is het uitgangspunt dat de onderlinge draagplicht in de verhouding tussen werkgever en zijn ondergeschikte bij de werkgever berust. Dat is slechts anders bij opzet en bewuste roekeloosheid van de werknemer (‘ernstig verwijt’). Dan dient de schade door de ondergeschikte worden gedragen, aldus lid 3. Dit wordt niet zo snel aangenomen.
Zowel van het uitgangspunt, dat de werkgever draagplichtig is, als van de uitzondering, dat dit anders is bij opzet of bewuste roekeloosheid, kan echter worden afgeweken op grond van de omstandigheden van het geval (lid 3). In dit kader komt bijvoorbeeld betekenis toe aan de aard en de beloning van het dienstverband.
Van de hoofdregel kan worden afgeweken als het bijvoorbeeld gaat om de directeur van een NV (kennelijk in verband met de hoogte van zijn functie) of ingeval de schade is gedekt door de WA-verzekering van de ondergeschikte. Afwijking van lid 3 ten nadele van de werknemer is slechts mogelijk bij schriftelijke overeenkomst en slechts voor zover de werknemer te dier zake verzekerd is (artikel 7:661 lid 2 BW).
Een voorbeeld van een geval waarin het op zijn plaats is dat de werkgever draagplichtig is voor de veroorzaakte schade, ondanks dat deze aan bewuste roekeloosheid van zijn werknemer is te wijten, is het geval waarin een chauffeur bij een transportbedrijf opdracht krijgt om “kost wat het kost” een bepaalde vracht op tijd af te leveren, waarbij duidelijk is dat de chauffeur dan veel te hard zal moeten rijden. Indien de chauffeur vervolgens tijdens deze rit door zijn roekeloze wijze van rijden een aanrijding veroorzaakt zal een redelijke toepassing van artikel 6:170 lid 3 BW in de regel meebrengen dat de werkgever voor deze schade draagplichtig is.
De werkgever kan in beginsel zijn aansprakelijkheid jegens derden contractueel beperken of uitsluiten. Een dergelijk verweermiddel geldt o.g.v. van artikel 6:257 BW dan ook voor de ondergeschikte die de fout heeft gemaakt.
 

     
Zoek :