1.2 Risico-inventarisatie- en- evaluatie

 

De AI controleert namens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of bedrijven zich aan de Arbo-wetgeving houden.
De AI controleert de werkomstandigheden in het bedrijf, maar hij kijkt ook of er een Risico-inventarisatie en – evaluatie (RI&E) met bijbehorend plan van aanpak (pva) aanwezig is.

 

RI&E: hierin worden alle risico’s op het gebied van de arbeidsomstandigheden voor werk-nemers vermeld. De RI&E moet verder een lijst met arbeidsongevallen bevatten waarop in elk geval de aard en datum van het ongeval zijn geregistreerd. Het gaat hier dan om dodelijke ongevallen en ongevallen die tot ziekteverzuim hebben geleid. In artikel 5 Arbowet staan de overige eisen waaraan de RI&E moet voldoen.

 

Plan van aanpak: de werkgever moet hierin aangeven binnen welke termijn zijn bedrijf con-crete maatregelen gaat treffen tegen de geïnventariseerde risico’s, en wat deze maatregelen opleveren


Wie:
Sinds 1 januari 1994 is iedere werkgever verplicht, ongeacht de omvang van het bedrijf of instelling, tot het maken van een RI&E. Een pva maakt deel uit van de RI&E. Deze verplich-ting is opgenomen in artikel 5 Arbowet.

 

Toetsing:

  • organisaties met ten hoogste 40 uur arbeid per week moeten wel een RI&E hebben, maar hoeven deze niet te laten toetsen;
  • organisaties met ten hoogste 10 werknemers: zij hoeven de RI&E ook niet te laten toet-sen, mits ze gebruik maken van een goedgekeurde branchespecifieke en in de CAO op-genomen door een deskundige getoetst RI&E-instrument;
  • organisaties zonder een dergelijk CAO-RI&E-instrument en voor alle organisaties met meer dan 10 werknemers: een toets blijft verplicht, maar er is zijn wel lichtere varian-ten mogelijk: vangnetregeling (toetsing door Arbodienst) en de maatwerkregeling (toetsing door afzonderlijke deskundige(n)) .

 

Tijdens de toetsing beoordeelt de Arbodienst of:

  • de RI&E volledig en betrouwbaar is;
  • de RI&E in overeenstemming is met de werkelijke en actuele situatie in het bedrijf;
  • in de RI&E de actuele inzichten op het terrein van veiligheid, gezondheid en welzijn zijn verwerkt.

Daarnaast wordt er een advies uitgebracht ten aanzien van het pva.

 

Waarom:
De RI&E en het bijbehorende pva vormen belangrijke bouwstenen voor een goed arbo- en ziekteverzuimbeleid. Daarnaast is de RI&E van belang voor het vaststellen van goede:

  • voorlichting en onderricht aan werknemers;
  • ondersteuning door (arbo) deskundigen;
  • opzet van de bedrijfshulpverlening;
  • frequentie van het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO).

 

Gevolgen niet opstellen van een RI&E:
De inspecteur van de AI controleert of er een RI&E is, of deze compleet is en of deze getoetst is door een gecertificeerde Arbodienst of deskundige. Ook wordt er gekeken of de Arbo-dienst/deskundige een advies heeft uitgebracht over het pva.
Op het moment dat een inspecteur om een RI&E vraagt en de ondernemer die niet kan geven, zal de inspecteur direct een boete aanzeggen.
Als er wel een RI&E is, maar deze niet volledig is, zal de inspecteur een waarschuwing geven met een maximale termijn van 3 maanden. Na die termijn komt de inspecteur voor hercontro-le; als het bedrijf dan nog steeds niet aan de verplichtingen voldoet, krijgt het alsnog een boe-te. Deze cyclus herhaalt zich net zo lang totdat het bedrijf aan de RI&E-verplichting voldoet.
Om een indicatie te geven van de bedragen waar het om gaat, is hieronder een tabel opgeno-men .

 

Bedrijfsgrootte                                eerste boete              tweede boete (na verhoging)
Klein (1-49 werknemers)                   €300,-                                     450,-
Middelgroot (50-249 werknemers)   €600,-                                  €900,-
Groot (250 en meer werknemers)    €900,-                                 €1.350,-

 

In het arrest Peter/Hofkens is bepaald dat het afhankelijk is van de omstandigheden van het geval of de in artikel 7:658 lid 1 bedoelde zorgplicht meebrengt dat een werkgever vooraf een inventarisatie van de veiligheidsrisico’s dient te maken betreffende het werk waarvoor hij zijn werknemers inzet en of de werkgever een interne regeling dient te hebben om de werknemers duidelijk te maken welke veiligheidsrisico’s vermeden kunnen en moeten worden en op wel-ke wijze veiligheidsrisico’s moeten worden bepaald.
In het arrest heeft Peters tijdens het verwijderen van een koffievlek letsel opgelopen aan haar wijsvinger en nadien is posttraumatische dystrofie opgetreden. Peters voert onder andere aan dat Hofkens haar zorgverplichting heeft geschonden doordat in haar bedrijf geen bijgewerkte en geëvalueerde risico-inventarisatie en –evaluatie aanwezig was.
De verplichting van Hofkens om aanwijzingen te verstrekken in het kader van de zorgplicht gaat niet zover dat voor elke handeling van haar werknemers gedetailleerd zou moeten wor-den voorgeschreven hoe die handeling dient te worden verricht. Volgens de rechtbank was er geen sprake van een door Hofkens vooraf te onderkennen gevaarlijke situatie waarvoor zij Peters krachtens de wet of de toepasselijke CAO had dienen te waarschuwen. Ook had zij ter voorkoming van de onderhavige schade geen aanwijzingen hoeven te verstrekken en ook geen maatregelen hoeven nemen.
In dit arrest wordt verder bepaald dat het ontbreken van een risico-inventarisatie en –evaluatie niet meebrengt dat de werkgeefster niet heeft voldaan aan haar verplichting gemotiveerd te stellen dat zij haar zorgplicht (artikel 7:658 lid 1) jegens Peters is nagekomen. Wel kan het te denken geven over de wijze waarop de werkgeefster invulling geeft aan het door haar te voe-ren veiligheidsbeleid. Maar het ontbreken leidt dus niet automatisch tot aansprakelijkheid.
 

     
Zoek :