§ 5. Smartengeld 

 

Artikel 6:95 BW bepaalt dat de schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voorzover de wet op vergoeding hiervan recht geeft. Onder ander nadeel wordt verstaan de immateriële, ideële of onstoffelijke schade. Hierbij valt te denken aan lichamelijke pijn, geestelijk leed of vermindering van levensvreugde. De vergoeding voor deze “niet-vermogensschade” bestaat uit smartengeld. De belangrijkste bepaling voor het recht op smartengeld is artikel 6:106 BW.
 

     
Zoek :