7.4.2 Sommenverzekering

 

Een sommenverzekering geeft recht op een uitkering vooraf zodra de onzekere gebeurtenis intreedt. De uitkering is niet gebonden aan het bestaan en/of de omvang van de schade. Zij kan niet worden aangemerkt als schadevergoeding. Wel is het een voordeel dat moet worden getoetst aan het toerekeningscriterium.
Sommenverzekeraars hebben geen verhaalsmogelijkheden voor de uitgekeerde bedragen. De gedachte hierachter is dat de subrogatieregeling van artikel 284 K niet bedoeld is voor verzekeringen die de verzekeraar verplichten tot uitkering van een vaste som die los staat van de in concreto geleden schade.
De vraag of hier verrekening dient plaats te vinden wordt door het artikel in essentie aan de rechter overgelaten.

 

De Hoge Raad heeft de toerekening van uitkeringen uit sommenverzekering bij letselschade in 1969 afgewezen in het arrest IBC/Derkx . Daarbij achtte de Hoge Raad in de eerste plaats van belang dat een sommenverzekering bij de verwezenlijking van het onzekere voorval recht geeft op uitkering, ongeacht of de verzekerde schade heeft geleden. Dit kenmerk van de overeenkomst van sommenverzekering bleek al eerder al de reden te zijn om sommenverzekeraars het gebruik van artikel 284 K te ontzeggen. Nu blijkt het tevens het belangrijkste argument tegen toerekening van uitkeringen krachtens dit verzekeringstype te vormen. Ter aanvulling wees de Hoge Raad er nog op dat bestaan van een sommenverzekering de schadeplichtige niet aangaat, omdat het een zuiver individuele en persoonlijke beslissing van de benadeelde is om zich voor een bepaald bedrag te verzekeren.
Vooralsnog wordt deze uitgezette lijn van de Hoge Raad nog gevolgd, echter in de literatuur en in de jurisprudentie wordt de mogelijkheid dat in de toekomst zal worden afgeweken van de lijn van het IBC/Derkx-arrest opengelaten. Het artikel laat immers voldoende ruimte voor verdere rechtsontwikkeling.
De vraag is of het wel redelijk is om die uitkeringen te verrekenen. De premie is namelijk vaak door het slachtoffer zelf betaald. Onder het oude recht werd verrekening mede daarom niet toegestaan. Onder het huidige recht wordt daar echter genuanceerder over gedacht. Het criterium lijkt te liggen in de strekking van de uitkering. Omdat het karakter per sommenverzekering kan verschillen is niet per definitie te zeggen dat alle uitkeringen voor verrekening in aanmerking komen. Wel is het zo dat eenmalige, relatief geringe uitkeringen onder een ongevallenverzekering van bijvoorbeeld € 10.000 niet kunnen worden verrekend. De gedachte daarachter is dat deze polissen niet worden afgesloten ter dekking van de schade, maar veeleer dienen om uitgaven te bekostigen die de achterblijvende partner n staat stelt om zich aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen.
In de literatuur wordt de verwachting uitgesproken dat de rechter geneigd zal zijn bij verwondingsschade een uitkering uit sommenverzekering te verrekenen op basis van dit artikel indien en voor zover deze recht geeft op periodieke uitkeringen die als vergoeding van inkomensschade kunnen worden gezien (invaliditeitspensioen) of voor zover het betreft de uit belegging verkregen vruchten van een uitkering ineens uit een verzekering waarvan eveneens kan worden aangenomen dat zij ertoe strekte inkomensderving op te vangen.
Buiten het onderhavige artikel kan een uitkering op grond van een sommenverzekering bij verwondingsschade nog een rol spelen in het kader van de matigingsvraag van artikel 6:109 BW.
De vraag naar de toerekening van uitkeringen uit sommenverzekering moet nu worden opgelost aan de hand van het algemene redelijkheidscriterium dat is neergelegd in artikel 6:100 BW.
 

     
Zoek :