7.4 Stelplicht en bewijslast eigen schuld

 

In Thier/Groeneveld heeft de rechter geoordeeld dat zijns inziens aan de stelplicht van de werkgever m.b.t. de eigen schuld in de zin van privé-oorzaken aan de zijde van de werknemer geen hoge eisen mogen worden gesteld, evenmin als dit mag aan de stelplicht van de werknemer t.a.v. de zorgplicht van artikel 7:658 BW. Van een werknemer die zich verzet tegen een verweer van eigen schuld, mag, aldus deze rechter, gevergd worden dat hij de omstandigheden aangeeft die meer in zijn sfeer liggen (evenals de werkgever dit moet bij omstandigheden die meer in zijn sfeer liggen). De werknemer zal dan volledig en naar waarheid inlichtingen moeten geven over eventueel ziekmakende activiteiten in de privé-sfeer.

 

Een werknemer behoeft niet méér te stellen dan dat hem op en door het werk een beroepsziekte is overkomen. In het geval van RSI zal hij dus, ondersteund door stukken van medische deskundigen moeten stellen dat hij een of meer van de klachten heeft die door voormelde nationale en internationale deskundigen als 'erkende' RSI-klachten zijn vastgesteld en dat die zijn voortgekomen uit de op grond van de arbeidsovereenkomst verrichte werkzaamheden, alsmede uit de wijze waarop en/of de omstandigheden waaronder die arbeid gewoonlijk wordt verricht (veel beeldschermwerk, stress, geen deugdelijk meubilair, enz.). Vervolgens dient de werkgever (dadelijk bij antwoord) alle stukken en feiten te produceren die tot zijn domein behoren, waarbij hij bovendien dadelijk dient aan te tonen dat hij, gelet op de huidige stand der techniek, redelijkerwijs datgene ter voorkoming van RSI-klachten heeft gedaan wat van hem of haar redelijkerwijs kon en mocht worden verwacht. Kan de werkgever dat, dan strandt de vordering van de werknemer. Slaagt hij daar niet in, dan kan hij zich alleen nog disculperen door te bewijzen dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer, dan wel dat de niet-getroffen maatregelen de beroepsziekte niet hadden kunnen voorkomen.

 

Gesteld dat de werknemer zijn gestelde werksituatie (veel beeldschermwerk, stress, geen deugdelijk meubilair, enz.) kan bewijzen (dat is immers de te bewijzen blootstelling aan de gevaarzettende situatie uit het arrest Weststrate/De Schelde , dan wordt het causaal verband tussen de gevaarzetting en de opgetreden schade aangenomen. De werkgever dient voorzorgsmaatregelen te nemen ten behoeve van een veilige werkplek ter voorkoming van, in casu, RSI. Wanneer de werknemer vervolgens RSI-gerelateerde klachten krijgt en de werkgever heeft ter zake verzuimd de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen, dan kan de werkgever in de praktijk moeilijk aan aansprakelijkheid ontkomen. Opzet en bewuste roekeloosheid van een werknemer worden immers niet snel aangenomen. Het bewijs dat de ziekte ook zou zijn opgetreden indien de voorzorgsmaatregelen wèl zouden zijn genomen, zal voor een werkgever moeilijk te leveren zijn.

     
Zoek :