7.3 Toerekening predispositie

 

Verwant aan het vraagstuk van de eigen schuld is het vraagstuk van de aanleg of extra kwetsbaarheid van de werknemer ook wel bekend als predispositie.
In het letselschaderecht geldt de norm: ‘You have to take the victim as you find him’. Het is vaste rechtspraak dat bij letselschade ook de gevolgen die zijn terug te voeren op een bijzondere lichamelijke of geestelijke zwakheid van de benadeelde aan de aansprakelijke partij moeten worden toegerekend op grond van artikel 6:98 BW.
Volgens de Hoge Raad kan hierop slechts een uitzondering worden gemaakt onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de benadeelde zich, zijn persoonlijke omstandigheden in aanmerking genomen, onvoldoende inspant om een bijdrage te leveren aan het herstelproces . De uitzondering die de Hoge Raad noemt (te weinig inspannen voor herstel), kan worden gezien als een voor de hand liggende toepassing van de schadebeperkingsplicht zoals die in het algemeen op de benadeelde rust en waarvan de schending kan leiden tot toepassing van artikel 6:101 BW (‘eigen schuld’).
Met de gevolgen van de predispositie kan wel rekening worden gehouden bij de schadebegroting. In dat verband moet worden vastgesteld wat de precieze omvang van de schade is. Komt daarbij vast te staan dat de werknemer als gevolg van zijn predispositie hoe dan op enig moment arbeidsongeschikt zou zijn geworden, dan zal in beginsel alleen de schade tot aan dat moment voor vergoeding in aanmerking komen.
 

 

     
Zoek :