1.3 Verband tussen fout en de aan de ondergeschikte opgedragen taak

 

Tussen de fout van de ondergeschikte enerzijds en de taak die hem is opgedragen anderzijds moet voldoende verband bestaan. Lid 1 stelt aan dit functioneel verband twee voorwaarden namelijk dat de kans op de fout door de opdracht is vergroot ten tweede dat degene in wiens dienst de ondergeschikte stond zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.

     
Zoek :