7.6. Verbetering van de vermogenstoestand als gevolg van herstel 

 

De aftrek van nieuw voor oud wordt in beginsel aanvaard, maar terughoudendheid wordt bepleit, dit omdat veelal sprake is van een opgedrongen verrijking. Bij beschadiging of van verlies van kleding bijvoorbeeld, is aankoop van vervangende tweedehands kleding geen optie. Vergoeding op basis van nieuwwaarde is dan redelijk. Als vervanging (bijvoorbeeld bij machine) normaal gesproken ook in de toekomst niet zou hebben plaatsgevonden, lijkt er geen ruimte voor ‘nieuw voor oud’-aftrek. Benadeelde wordt bij een dergelijk aftrek gedwongen eigen vermogen in te zetten voor de aanschaf van een vervangend goed.
In de literatuur wordt een dergelijke aftrek wel aanvaardbaar geacht indien en voor zover het gaat om een aantoonbaar voordeel voor de benadeelde. Zulks is het geval als het gaat om een verbetering waarvan vaststaat dat de benadeelde deze in de toekomst toch zou hebben doorgevoerd, of om een verbetering die aantoonbare meerinkomsten voor de benadeelde oplevert. De enkel toename van gebruiksmogelijkheden lijkt onvoldoende, omdat het dan gaat om de benadeelde door de schadetoebrengende feit opgedrongen voordeel.
 

     
Zoek :