5.5 Het vereiste van een ‘bijzonder gevaar van ernstige aard’

 

In de laatste volzin van artikel 6:175 lid 1 BW wordt aangegeven wanneer een stof in ieder geval een bijzonder gevaar van ernstige aard oplevert; wanneer zij ontplofbaar, oxyderend, ontvlambaar, licht ontvlambaar, zeer licht ontvlambaar, dan wel vergiftig, zeer vergiftig is volgens de criteria en methoden, vastgesteld krachtens artikel 34 lid 3 Wet milieugevaarlijke stoffen.
Het begrip ‘gevaar’ wordt op verschillende wijzen beperkt. In de eerste plaats gaat het niet om het algemene gevaar dat aan vrijwel iedere stof kleeft. Water kan bijvoorbeeld onder bijzondere omstandigheden gevaarlijk zijn: men kan erin verdrinken. Deze gevaren heeft artikel 6:175 BW echter niet op het oog.
 

Lid 6 biedt de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur een stof op een lijst te plaatsen. Een stof die op de lijst staat, wordt geacht te voldoen aan de omschrijving in lid 1 van artikel 6:175 BW. De minister heeft bepaald dat stoffen zoals melk, zout en mest niet op de lijst thuis horen.

     
Zoek :