§ 2. Verplaatste schade

 

Personenschade heeft verstrekkende gevolgen voor het slachtoffer, maar zij kan in sommige gevallen ook (financiële)gevolgen hebben voor derden. De hoofdregel is dat alleen het slachtoffer in aanmerking komt voor schadevergoeding, maar onder bepaalde voorwaarden kunnen derden ook in aanmerking komen. Dit is geregeld in artikel 6:107 BW. Men spreekt in dat geval van verplaatste schade.

 

Artikel 6:107 BW lid 1:
‘Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk lestel oploopt, is die ander behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen’.

 

Uit de tekst blijkt dus dat het moet gaan om kosten die een derde ten behoeve van het slachtoffer heeft gemaakt. Het moet dan wel gaan om kosten die het slachtoffer zelf ook had kunnen claimen, zou hij ze zelf hebben gemaakt. De derde mag echter geen verzekering zijn.

In het artikel gaat het over de ‘kosten’ die een derde maakt ten behoeve van de gekwetste, maar in de praktijk gaat het om de vergoeding van de kosten en de schade. Het moet dan wel gaan om schade die het slachtoffer zelf had kunnen claimen, als hij de schade zelf had geleden. Hieronder volgen enkele voorbeelden van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen:

 

Kosten van herstel:
Dit zijn alle kosten die verband houden met de genezing van het slachtoffer.
Hieronder valt bijvoorbeeld de ziekenhuisrekening die door ouders/werkgever wordt betaald en de kosten van medicijnen.

 

Reiskosten:
Dit zijn de kosten die mensen maken als ze het slachtoffer opzoeken in het ziekenhuis. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking, omdat het bezoek bijdraagt aan het herstel van het slachtoffer. Bovendien zouden de kosten niet zijn gemaakt als het ongeval niet had plaatsgevonden. Uit de gedragslijnen van het Nationaal Platform Personenschade (IPP), blijkt dat de vergoeding € 0,21 per afgelegde kilometer bedraagt of de werkelijke kosten van openbaar vervoer.

 

Aardigheidjes:
Ook deze kosten dragen bij aan het herstel van het slachtoffer. Hier moet dan gedacht worden aan bloemen, fruit, spelletjes etc. In 1980 werd er €5,00 per dag geadviseerd en dat bedrag geldt nu nog steeds. Als de werkelijke kosten hoger uitvallen dan deze €5,00 per dag, dan kan aanspraak worden gemaakt op hogere werkelijke kosten.

 

Inkomensderving van naasten:
Dit zijn bijvoorbeeld de opgenomen vrije dagen om bij het slachtoffer op bezoek te gaan.
Het gaat hier dan niet om kosten, maar om schade in de vorm van gemist inkomen of een (geheel andere invulling van de) vrije dag. Deze post zal de schade verhogen, want in dit geval is er geen sprake van verplaatste schade, maar schade die de derden zelf lijden.
De Hoge Raad is onduidelijk over de vraag of een aanspraak op vergoeding van gemiste vakantiedagen op grond van artikel 6:107 BW wel bestaat. In de literatuur wordt dit wel bepleit .

 

Huishoudelijke hulp:
De hieronder begrepen activiteiten omvatten met name schoonwerkzaamheden, koken, boodschappen doen, verzorging (geen verpleging) van huisgenoten en huisdieren en vervoer of administratieve werkzaamheden in verband met de hiervoor genoemde activiteiten.
Er moet per taak bepaald worden of het slachtoffer daarvoor is uitgevallen en voor welk gedeelte. Vervolgens moet worden bekeken hoeveel uren hulp moet worden ingezet om de uitval op te vangen. Dit wordt vastgesteld door een Regionaal Indicatie Orgaan of door een arbeidsdeskundige.


Vaak komt het voor dat familieleden de huishoudelijke taken overnemen van het slachtoffer. Er worden dan geen kosten gemaakt. Er is besloten dat deze extra tijdsbesteding van familieleden ook op geld gewaardeerd moet worden . Als maximum geldt het bedrag dat men anders aan een professionele hulp kwijt was geweest. Wanneer het inschakelen van een professionele hulp niet ‘gebruikelijk en normaal’ is, kan een vordering wegens intern verleende hulp nog wel eens stranden .

 

Gederfde winst van maatschap/VOF:
De leden van een maatschap en vennoten hebben op grond van artikel 6:107 BW geen recht op vergoeding voor schade die zij lijden als gevolg van de arbeidsongeschiktheid van een andere maat/vennoot. De reden waarom deze categorie is uitgezonderd, is onder andere dat er contractuele mogelijkheden voor een maatschap bestaan. Er kan in de maatschapsovereenkomst bepaald worden dat winstderving, die het gevolg is van arbeidsongeschiktheid van een der maten/vennoten waarvoor een derde aansprakelijk is, aan die betrokken maat/vennoot wordt toebedeeld. Dit kan eventueel ook achteraf worden besloten . Op deze manier wordt de schade naar het slachtoffer verplaatst die een eigen recht heeft.
 

     
Zoek :