1.4 Werkgever

 

De werkgever wordt in lid 1 omschreven als diegene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult. Meerdere werkgevers kunnen tegelijkertijd aan deze omschrijving uit lid 1 voldoen. Bijvoorbeeld bij uitzendkrachten.
In geval van schade, door uitzendkrachten aan derden toegebracht, kan de vraag rijzen wie de aansprakelijke werkgever op grond van dit artikel is: de uitlenende of de inlenende werkgever. De uitlener behoudt immers de formele zeggenschap over de ter beschikking gestelde werknemer; de inlener heeft veelal de feitelijke zeggenschap. Hier geldt in beginsel een cumulatieve aansprakelijkheid van uitlener en inlener, tenzij uit hun onderlinge rechtsverhouding iets anders volgt .
De uitlener is pas dan niet aansprakelijk voor de ter beschikking gestelde arbeidskracht, indien hij kan aantonen dat hij ondanks het voortduren van het dienstverband geen enkele zeggenschap meer had uit hoofde van zijn rechtsbetrekking .
Omgekeerd geldt voor de inlener dat hij zal moeten stellen en bewijzen dat van ondergeschiktheid geen sprake was, indien hij niet bevoegd was ten aanzien van de werkzaamheden waarbij de ter beschikking gestelde werknemer de fout heef gemaakt, enige instructies te geven .
De werkgeversaansprakelijkheid van artikel 6:170 BW geldt zowel voor de overheid als voor particuliere werkgevers. De functie van de werknemer is zonder belang. De regeling geldt ook voor bestuurders of directeuren van rechtspersonen .
 

     
Zoek :