1.5 Werknemers

 

Wanneer een werknemer arbeidsongeschikt wordt, wordt het nadeel voor een groot deel opgevangen door het sociale verzekeringsstelsel. De werknemer in het bedrijfsleven wordt beschermd door de loondoorbetalingverplichting (1e jaarna het ongeval verplicht om 70% van het loon door te betalen, althans het minimumloon en meestal zal de werkgever dit suppleren tot 100%) van zijn werkgever en daarna door de AAW (Algemene Arbeidsongeschiktheidswet) en de WAO (Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering) nu de WIA (Wet Werk en Inkomen). De schade ontstaat pas zodra de suppletie stopt. Het verschil tussen het 100% loon en de ontvangen sociale uitkeringen, dient dan op netto basis te worden geclaimd.
Bij het begroten van het nadeel van het slachtoffer moet ook gekeken worden naar het carrièreverloop zoals zich dit in de toekomst ontwikkeld zou hebben. Het slachtoffer zal zijn gemiste kansen aannemelijk moeten maken, zij het dat de bewijslast niet te zwaar is. Op de aansprakelijke persoon rust de stelplicht en last ten aanzien van de negatieve kansen van de benadeelde .
Bij de toekomstverwachtingen van een werknemer speelt ook vaak de vraag of hij niet gebruik zou hebben gemaakt van een vervroegde uittredingsregeling (VUT). De rechtspraal is hier wisselend over .
 

     
Zoek :