1.4 Werkwijze- maatstaven

 

De feitelijke financiële situatie na het ongeval is meestal eenvoudig te bepalen aan de hand van de inkomsten uit resterend arbeidsvermogen, loonaanspraken bij arbeidsongeschiktheid, sociale en andere verzekeringen. Dit feitelijk inkomen plus de kosten voor noodzakelijke of wenselijke vervanging van zelfwerkzaamheid moet worden vergeleken met de situatie dat er geen ongeval had plaatsgevonden . Het nadelige verschil vormt dan de schade wegens verloren of verminderd arbeidsvermogen. Het gaat om het netto verschil, dus zonder de invloed van belasting- en premieheffing.

 

Er zijn twee manieren van betaling van het toekomstige verlies:

  1. Periodiek: periodieke uitkering komen wel voor, maar niet vaak . Het toekomstige verlies wordt hier achteraf per jaar vastgesteld. Nadeel is wel dat partijen nooit van de zaak af zullen komen en het zal steeds moeilijker worden om aan te tonen dat iets een ongevalsgevolg is. In sommige zaken gevallen verdient deze methoden wel de voorkeur, bijvoorbeeld als iemand niet lang meer te leven heeft.
  2. Som ineens: het verschil wordt meestal van jaar tot jaar bepaald en vervolgens met inachtneming van belastingschade ineen keer begroot. Het verlies verdienvermogen dient dan wel gekapitaliseerd te worden. Er moet berekend worden welk bedrag uitgekeerd moet worden om de benadeelde ieder jaar het berekende verlies te compenseren, rekening houdend met de rente, de inflatie en de sterftekans van de benadeelde.

Bij de berekening van de som ineens wordt door de bank genomen 6% aan rente en 3% aan inflatie genomen.

     
Zoek :