§ 1. Zorgplicht van de werkgever

 

Artikel 7:658 BW legt op de werkgever een zorgplicht voor de veiligheid van de werknemers en regelt de aansprakelijkheid van de werkgever voor schade die zijn werknemers lijden als gevolg van het niet nakomen van de zorgplicht.
De reden van deze strenge zorgplicht is gelegen in het feit dat:
a) de werkgever de zeggenschap heeft over de arbeidsomstandigheden ;
b) de werknemer zich in een afhankelijke positie bevindt;
c) de werkgever de bevoegdheid heeft om aanwijzingen te geven (instructiebevoegdheid) .

 

De zorgplicht krijgt invulling door middel van geschreven en ongeschreven normen:

 

Geschreven normen:

  • Publiekrechtelijke regelgeving: zoals de Arbowet, Arbeidsomstandighedenbesluit, Arbeidsomstandighedenregeling. Het moet echter wel gaan om voorschriften die zien op concrete werkzaamheden, of die bescherming beogen te bieden tegen een specifiek gevaar. Indien vaststaat dat een publiekrechtelijke veiligheidsverplichting is overtreden, welke bescherming biedt tegen het ontstane letsel, dan staat de tekortkoming in de veiligheidsverplichting ook vast.
  • Verdergaande maatregelen van de werkgever (artikel 3 Arbowet); het zelfstandig voeren van een arbeidsomstandighedenbeleid dat mede gericht is op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. Er moet dan gelet worden op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening. Hiertoe hoort onder andere ook het opmaken van een ongevallenrapport (zie § 1.1.).
  • De werkgever heeft verder een onderzoeksplicht (artikel 5 Arbowet) met betrekking tot de risico’s in de werkomgeving (risico-inventarisatie en –evaluatie). Het hangt van de omstandigheden van het geval af of een werkgever, die een werknemer naar een karwei wil sturen, verplicht is vooraf een risico-inventarisatie te maken of een interne regeling dient te hebben om de werknemers duidelijk te maken op welke risico’s ze bedacht dienen te zijn. Het ontbreken van een dergelijke inventarisatie kan als een tekortkoming van de werkgever worden gezien (zie § 1.2.).
  • CAO’s en arboconvenanten.

 

Ongeschreven normen:

  • Kenbaarheid van het risico: de zorgplicht van de werkgever strekt zich uit tot gevaren die de werkgever kent en behoort te kennen. Of een werkgever een bepaald risico behoort te kennen hangt af van de stand van de wetenschap en de informatie die buiten Nederland beschikbaar is. Uit het arrest Cijschouw/De Schelde I volgt dat een werkgever ook aansprakelijk kan zijn wanneer zich een gevaar verwezenlijkt dat hij in het geheel niet kon kennen. Dit is het geval indien hij heeft nagelaten veiligheidsmaatregelen te nemen ten aanzien van gevaren die hij wel kende en door dit nalaten de verwezenlijking van het onbekende risico is vergroot. De enige manier om aan aansprakelijkheid te ontkomen is aan te tonen dat naleving van de veiligheidsmaatregelen de verwezenlijking van het onbekende risico niet had kunnen voorkomen .
  • Te verwachten onoplettendheid: de werkgever zal hier rekening mee moeten houden door middel van het nemen van technische maatregelen . Dit betekent ook dat de werkgever moet toezien op de naleving van de instructies. Zie arrest Van Doorn/NBM : Het ontbreken van bevestigingsmateriaal kon vader en zoon Van Doorn in verleiding brengen een achteraf gezien minder voor de hand liggende keuze te maken.
  • De bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen: de werkgever moet niet alleen maatregelen nemen, maar hij moet de werknemers ook voldoende instrueren veilig te werken. Bij het nemen van veiligheidsmaatregelen zal de werkgever in ieder geval moeten voldoen aan hetgeen gebruikelijk is in bedrijven met soortgelijke activiteiten.

 

Uit de rechtspraak valt af te leiden dat wanneer er geen wettelijke regels bestaan omtrent de gevaren van door de werkgever te produceren en te verwerken stoffen, op hem de plicht rust te onderzoeken welke gevaren een en ander voor de werknemers oplevert . In het arrest Cijsouw/De Schelde I is bepaald dat het moment waarop de werkgever maatregelen moet gaan treffen op het voorkomen van bepaalde ziekten afhangt van de omstandigheden van het geval waaronder:

 

  • De vraag welke mate van zekerheid in de medische wetenschap bestaat omtrent de blootstelling aan een bepaalde stof;
  • Het gevaar voor het ontstaan van een bepaalde ziekte;
  • De vraag of het gaat om een stof waarvan al andere schadelijke werkingen bekend zijn;
  • De ernst van het gevaar.


Deze normen zijn afkomstig uit het Kelderluikarrest en de Hoge Raad heeft ze onder andere nader geconcretiseerd in het arrest Stichting Reclassering/S.
 

     
Zoek :